10. De eker (deel 2)

HET PANHUIS DE LATERE SCHEPENBANK

De herbergen waren in deze tijd verplicht hun bier te betrekken uit het “Banale Panhuis”.
In Oirsbeek waren tientallen herbergen. Daar moet men zich niet te veel van voorstellen.
Het waren veelal woonkamers die op bepaalde tijden als gelagkamer dienden. Het panhuis was voorheen eigendom van de familie Schellart van Obbendorf van Schinnen en heer van kasteel Terborg.
Toen een zekere Jan Adam Schellart op 13 december 1680 verklaarde:
“verwacht hebbende een kind bij Sophia Pijls, dochter van Paes Pijls, buiten Heiliken ehestandt maer van goede intentie sijnde om selve te trouwen” schonk hij Sophia het panhuis te Oirsbeek met huis en land.
Via de banden tussen de familie Pijls en Limpens kwam het panhuis uiteindelijk in handen van de familie Limpens. Vanaf 1751 tot 1767 vonden er de bankvergaderingen plaats van de schepenbank Oirsbeek.

GEHEIMZINNIGE LETTERS OP DE SCHEPENBANK VAN OIRSBEEK!


Bij herstelwerkzaamheden aan de “Schepenbank” te Oirsbeek, kwamen op vrijdag 25 april 1975 wat cijfers en letters te voorschijn, die op vernuftige wijze waren ingemetseld.
Hoe lang zullen zij onder kalk- en of verflagen hebben gezeten? Het eerste jaartal leverde geen moeilijkheid op. Het is ook nu nog zonder moeite voor iedereen leesbaar 1734.
De twee letters voor het jaartal konden gelezen worden als P en l; de twee letters achter het jaartal als C (of G) en R. Deze letters riepen wel wat vragen op. Het betreft hier de initialen van twee mensen, die het huis hebben laten verbouwen, of op de oude plaats opnieuw hebben laten optrekken. Een kleine speurtocht in het parochiearchief bracht ons bij de boekhouding van pastoor Johannes Conrardus von Meven, die van 1721 tot 1733 pastoor was te Oirsbeek.

In 1724 begon hij aan een nieuwe boekhouding, waarin hij noteerde wat de verschillende gezinnen uit zijn parochie aan hem verschuldigd waren, gebaseerd op oude, soms zeeroude rechten (cijnzen, fundaties enz.). Hij zorgde voor een mooi, Latijns opschrift, zoals gebruikelijk in die tijd en noemde zijn overzicht:

“Registrum redituum seu censuum hareditariorum en aliorum per me
 Fr. Joem Conrardum von Meven Pastorem in Oirsbeek anno 1724 renovatum”

Dit register is van jaar tot jaar zorgvuldig bijgehouden. Vanaf 1733 werden de notities gemaakt door Franciscus Conrardus Wittgenstein, de opvolger van pastoor Joannes von Meven. Uit dit register blijkt dat de bewoners van het “Panhuis” te Oirsbeek aan de pastoor verschuldigd zijn ieder jaar “ein vaet haver, item ein Henn”.

Vanaf 1731 is Paschasius Limpens degene die betaalt. Elders in dit 280 jaar oude register wordt hij Paes Limpens genoemd. Daarmee zijn we op het spoor van de eerste twee letters, de P en L. Dertig bladzijden verder in dit register vinden wij een overzicht van alle gezinnen die in 1745 deel uitmaken van de parochie en vinden het gezin Paes Limpens-Boesten in het Panhuis. In totaal wonen 9 personen in het panhuis, te weten: Paes Limpens en zijn echtgenote Catharina Bousten/Boesten met nog zes in leven zijnde kinderen van de acht en een niet met naam genoemde knecht.
Daarmee is het raadsel van de letters C en R opgelost. Het zijn de initialen van Catharina Bousten/Boesten. Wanneer men namelijk de ingemetselde R goed bekijkt, dan ziet men duidelijk hoe de laatste steen aan de rechterkant naar links ombuigt. Oppervlakkig bezien lijkt het een R; maar bij nader toezien moet deze letter gelezen worden als een B.

Paschasius (Paes) Limpens werd geboren en gedoopt te Oirsbeek op 1 september 1695 als zoon van chirurgijn, landmeter, schatheffer en schepen van Schinnen Nicolaas Limpens en Maria Pijls. Paes was van beroep landbouwer en grondeigenaar, beleend met de Schatshof in de Gracht met 65 bunderland. De eveneens van beroep zijnde chirurgijn en landmeter Paes Limpens kreeg op 14 maart 1725 het patent en legde op 7 juni 1725 de eed af als schepen van de schepenbank Oirsbeek. Ook trad hij op als “geassumeerde” (toegevoegd) schepen bij de schepenbank te Schinnen. Tevens was hij van 1739 tot 1757 collecteur te Oirsbeek (belastingontvanger en schatheffer).
In 1765 werd Paes Limpens benoemd tot kerkmeester van de parochiekerk St.- Lambertus.
Hij overleed op 19 januari 1771 op 76-jarige leeftijd te Oirsbeek. Paes huwde op 1 mei 1721 te Schinnen in de 3e graad van bloedverwantschap met Catharina Bousten/Boesten van de Wiegelradehof te Viel in Bingelrade.