31. Perikelen rond het koningsvogel- en prijsvogelschieten (deel 3)

1936
Koningsvogelschieten op Hemelvaartsdag 21 mei 1936 aan de Molenweg te Oirsbeek.
Een krantenartikel van 26 mei 1936 uit het Limburgsch Dagblad meldt het volgende:
Oirsbeek. Nogmaals het koningsvogelschieten. Doordat wij niet goed waren ingelicht omtrent het gehouden koningsvogelschieten, hebben wij ons aan een fout schuldig gemaakt. De fout zit hierin, dat de vogel door twee schutters, de hrn. Beugels en Mulkens tegelijk werd afgeschoten. Toen moest een kavelschot op de schijf beslissen wie zou koning worden. En hierin was Beugels de gelukkige, zoodat niet Mulkens maar Beugels voor een jaar koning der schutterij is geworden”



Het ging hier om de 17-jarige geweerdrager Hub Beugels, wonende in de Grachtstraat en de 20-jarige Nicolaas Mulkens, van de café (latere instructeur van het trommel- en fluitenkorps).
Er werd gekaveld op het schoolplein. Door beiden werd geschoten met het eigen geweer, horizontaal op een schietschijf, welke geplaatst was tegen de muur van de speelplaats.
Hub Beugels schoot raak en Nicola Mulkens schoot mis, omdat de alcohol zich reeds van hem meester had gemaakt. (volgens overlevering). Hub nam zijn 25-jarige ongehuwde zuster Lies  (Pirnay) als koningin aan zijn zijde.

1939
Koningsvogelschieten op Hemelvaartsdag 18 mei 1939 aan de Molenweg te Oirsbeek.
Een krantenartikel van 23 mei 1939 uit de Limburger Koerier meldt het volgende:
Koningsvogelschieten. Traditie getrouw hield de schutterij St.-Lambertus haar jaarlijksch koningsvogelschiete. Begunstigd door mooi weer en onder grote drukte (minstens 800 toeschouwers volgens Limburgsch Dagblad) trok de schutterij omstreeks zes uur naar den vogel. Nadat de burgemeester en secretaris daarna nog enkele andere notabelen der gemeente een schot hadden gelost, begon de strijd voor goed. Dhrn. A. Bosch en J. Doeven waren de gelukkigen. Bij kaveling viel Doeven af zoodat dhr A. Bosch (Klein-Doenrade) koning werd”

Volgens overlevering: Jan (Sjeng) Douven uit Oppeven schoot als eerste de vogel af, maar toen de vogel aan het vallen was schoot geweerdrager Arnold Bosch uit Klein-Doenrade en raakte de vallende vogel. Arnold Bosch claimde het koningschap. Beiden hebben toen besloten om voor het koningschap te kavelen. Om de vrede binnen de schutterij te bewaren heeft Sjeng Douven op aandringen van voorzitter Karel Beugels, Arnold Bosch laten winnen.
Het kavelen werd gehouden op de inrit van boerderij Pijls in de Gracht op de Schatsberg.
Arnold Bosch nam zijn buurmeisje Elisabeth (Lies) Debije als koningin.

Foto koningspaar Arnold Bosch en Elisabeth Debije

1940
Op Hemelvaartsdag 2 mei 1940 kon het koningsvogelschieten geen doorgang vinden wegens de gespannen sfeer. Immers op 10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit.

1945
Oirsbeek werd bevrijd op 17 september 1944. Het koningsvogelschieten kon toen schijnbaar  nog niet op Hemelvaartsdag 10 mei 1945 plaatsvinden. Volgens een krantenartikel van het Limburgsch Dagblad van 4 augustus 1945 hield de schutterij het koningsvogelschieten op woensdag 15 augustus 1945, O.L. Vrouw ten Hemelopneming. Na vijf jaar werd Edmond Jr. (Mon) Beugels koning. Hij nam zijn zus Berty Beugels als koningin aan zijn zijde.

1949
Koningsvogelschieten op Hemelvaartsdag 26 mei 1949 aan de Molenweg te Oirsbeek.
Een krantenartikel van 3 juni 1949 uit het Limburgsch Dagblad meldt het volgende:
“Vogelschieten.- De plaatselijke schutterij St. Lambertus hield haar jaarlijks koningsvogel- schieten. Ditmaal gelukte ’t dhr. Hub. Roberts reeds bij het zevende schot dat gelost werd reeds de koningstitel te behalen”
Het schijnt dat het koningsvogelschieten op deze Hemelvaartsdag in stromende regen heeft plaats gevonden. Gelukkig maar want de genodigden hadden het laten afweten, anders was de vogel al naar beneden gekomen tijdens het schieten van de genodigden. De nieuwe koning werd de geweerdrager (mijnwerker) Hub Roberts beter bekend als “de piep”, wonende op de Schatsberg in de Gracht. Hub nam zijn halfzuster Mia Roberts (Schiffelers) als koningin aan zijn zijde.

1956
Op Hemelvaartsdag 10 mei 1956 bemerkten de schutters in alle vroegte tijdens de reveille dat de koningsvogel van de schietstang in de boomgaard van de heer Wemmers (destijds president direkteur van de Staatsmijnen in Limburg) aan de Molenweg was verdwenen.
De vandalen die de vogel geroofd hebben, hebben bij het neerlaten van de vogelstang deze laten vallen en deze is daar door doormidden gebroken. Goede raad was duur, wat nu?
In allerijl werd de timmerman en vaandeldrager van de schutterij Jos (Zef) Beugels, welk een timmerbedrijf had, ingeschakeld, hij maakte van een badding (zware houten balk) een nieuwe koningsvogel. Tevens werd in allerijl een nieuwe vogelstang geplaatst. Uiteindelijk liep alles goed af en werd Jan Roberts, wonende in de Altaarstraat te Oppeven de nieuwe koning van de schutterij. De vandalen zijn nooit opgespoord.

1965
Koningsvogelschieten op Hemelvaartsdag 27 mei 1965 in de boomgaard van de heer Wemmers aan de Molenweg. Nadat de genodigden hadden geschoten kwam de vogel al bij het 11e schot naar beneden. De gelukkige was de 31-jarige tamboer-majoor Hans Alzer uit de Berkenstraat hij werd verassend de nieuwe koning van de Koninklijke Schutterij St. Lambertus. Hans nam zijn echtgenote Annie Alzer-Heinrichs als zijn koningin aan zijn zijde.

Foto koningspaar Hans Alzer en Annie Heinrichs

We zien dat er zich een aantal problemen hebben voorgedaan. Hoogstwaarschijnlijk zullen het er meer zijn geweest. Volgens overlevering moest de koning van de schutterij voor het jaar erop voor de nieuwe vogel zorgen. De vogel werd de dag vóór het koningsvogelschieten geplaatst op de stang. Als men het “Schutteboek”, een soort kasboek van de schutterij, er op nakijkt leest men ieder jaar steevast: “verteer aan jenever bij het opzetten van den vogel”.
Na het voorval in 1956 werd besloten de vogel, toen gemaakt door Gerard (Sjir) Debije, niet meer een dag van te voren te plaatsen, maar op de dag zelf. Ook werd besloten dat de koningsvogel vanaf nu ieder jaar door dezelfde persoon werd gemaakt. De vogel werd enkele jaren tot 1962 gemaakt door mijnwerker en kastelein Renier (Neer) Kusters. Daarna werden de vogels gemaakt tot 2005 door Jacob Debije uit Klein-Doenrade en vanaf 2006 tot heden door timmerman en commandant Louis Schiffelers.
Volgens Jacob Debije moest men het gehele jaar door op zoek zijn naar geschikt hout voor de vogels. Zo kwam in aanmerking de “hare kop” van de zwarte beuk, dennen vod of een hegge stok. Deze werden dan thuis in de gierkelder bewaard. Naderhand werden de vogels gemaakt van kruislings over elkaar genageld hechthout.

Oirsbeek, 13 april 2013.

Archivaris Wim Douven.